RokSlideshow

Geschiedenis van de Broeders Alexianen

 

HISTORISCH OVERZICHT

 
De organisatie van de Broeders Alexianen is wereldwijd vooral actief in de verzorgingssector. In België is dat voornamelijk de sector van de geestelijke gezondheidszorg, elders in de wereld ook bejaardenzorg en algemene geneeskunde. Het gaat haast steeds om zeer moderne, eigentijdse instellingen waar begrippen als kwaliteit, professionaliteit en wetenschappelijkheid hoog in het vaandel worden gedragen. In België is de congregatie klein geworden. Het werd dan ook moeilijk om de verschillende initiatieven voldoende professioneel te beheren en daarom werd bij bevriende organisaties naar steun gezocht. In 1998 werd het beheer van de drie Vlaamse instellingen, Boechout, Grimbergen en Tienen overgenomen door de Broeders van Liefde en werd de Waalse instelling te Henri-Chapelle overgenomen door La Mutualité Chrétienne, de Waalse Christelijke Mutualiteit.
Dat wil niet zeggen dat de Broeders Alexianen uit de Belgische zorgverlening verdwijnen. Het zou niet goed zijn een ruim 7 eeuwen oude traditie te verwaarlozen. Daarom behielden de instellingen ook hun naam en blijft het de bedoeling de link met de Alexiaanse bezieling te behouden.
 
 
HET ONTSTAAN
 
"Geschiedkundig werd de congregatie van de Cellebroeders voor het eerst opgericht in het Rijnland en de Lage Landen, maar men weet niet het juiste tijdstip waarop dit plaatsvond, noch de gelegenheid die daartoe aanleiding gaf. De namen van de eerste broeders zijn eveneens onbekend. De reden daarvoor is dat de broeders zich meer beijverden om in het geheugen van God, dan in dat van de mensen voort te leven."
Uit: Handboek der Cellebroeders, 1862
Kadoc nr. 1.3.2.1.
 
Over het ontstaan van de Cellebroeders bestaat heel wat onduidelijkheid. Er is immers geen sprake van een stichter, noch van een stichtingsdatum . Waarschijnlijk ontstond de congregatie zelfs niet op één plaats maar is er sprake van een spontane beweging die zich quasi gelijktijdig in verschillende gebieden voordeed . Die gebieden waren het Rijnland en de "Lage landen", hetgeen overeenkomt met Nederland, België en Noord-Frankrijk. Op het einde van de 13de en het begin van de 14de eeuw vormden zich daar in de steden spontaan groepen van mannen. Het waren leken die zich gingen bezighouden met de noden van hun medemensen. Deze apostolische taken, zoals het verzorgen van zieken en het begraven van doden, deden zij vanuit een diepe christelijke bewogenheid.
 
Waarschijnlijk ontstonden de groepen en groepjes broeders op twee manieren. Enerzijds groeiden ze uit verenigingen van vrome leken die een bedelbestaan aannamen. Anderzijds ontwikkelden ze zich vanuit de reeds bestaande religieuze beweging van de begarden waarvan een aantal zich ging bezighouden met het verzorgen van de pestlijders. Deze trend vinden we ook bij de vrouwelijke variant van de begarden: de begijnen.
De groepen begijnen, die zich bezighielden met verzorging en dienst aan de armen, zouden later uitgroeien tot de congregatie van Zwarte- en Grauwzusters.
 
In het midden van de 14de eeuw woedde in deze streken de Zwarte Pest (1348-1352). Om aan deze verschrikkelijke epidemie het hoofd te kunnen bieden, was het noodzakelijk dat de broeders zich hechter gingen organiseren en dus gingen zij in kleine kloosters samenleven. In 1458 werden de Cellieten als orde erkend door Paus Pius II. Als lekenorganisatie ontstaan, verwierven de broeders daardoor de status van religieuzen.
 
 
DE GESCHIEDENIS IN EEN NOTEDOP
 
Het feit dat de broeders in 1458 als religieuze orde werden erkend, betekende niet dat er sprake was van één gestructureerde organisatie. De broeders zouden voortaan de drie geloften afleggen en de regel van St.-Augustinus volgen. De belofte om de regel te volgen werd in 1461 voor het eerst uitgesproken door 12 broeders in de handen van de prior van de O.-L.-Vrouw Broeders van Mechelen. De verschillende huizen waren nog zelfstandig tot 1468 wanneer in Luik, door het eerste Generaal Kapittel, de verschillende huizen zich groeperen en een generale overste werd gekozen. Er werden vijf provincies opgericht: Brabant - Land van Luik, Vlaanderen, Holland, Rijnland en Saksen. Tienen, Boechout en Grimbergen behoorden tot de provincie Brabant.
Men mag zich echter niet vergissen in de populariteit van de broeders. Ondanks het feit dat ze vele diensten bewezen aan de gemeenschap, waren ze zeker niet overal even graag gezien door de bevolking. Allereerst was er hun vaak sjofel voorkomen dat hun parten speelde. Maar ook het feit dat zij in aanraking kwamen met de besmette patiënten en overledenen, maakte dat ze vaak "persona non grata" waren voor de bevolking.
De eerste pauselijke erkenning van 1458 werd later herbevestigd: eerst in 1472 door Paus Sixtus IV, later in 1506 door Paus Julius II. Het was eveneens in 1472 dat St.-Alexius als patroonheilige werd aangenomen en de Cellebroeders voortaan als Broeders Alexianen door de geschiedenis zouden gaan.
Die periode van eenheid duurde echter niet lang. In de 16de eeuw, de periode van de reformatie, werden heel wat kloosters vernietigd of afgeschaft en valt de algemene structuur uiteen. In die tijd verdwenen alle Hollandse broedershuizen.
 
In de 17de eeuw, een bloeiperiode voor de Kerk, kenden ook de Alexianen een periode van opbloei en verspreiding over vele landen. Tijdens de 18de eeuw, de eeuw van de Verlichting en de Franse Revolutie, werden die 17de eeuwse realisaties echter helemaal teniet gedaan.
Vóór de Franse Revolutie stonden de huizen van de Congregatie onder pauselijk gezag. De huizen die na de revolutie overbleven, werden allen zelfstandig en kwamen onder gezag van de plaatselijke bisschoppen. De samenhorigheid in de congregatie leed eronder. Er werden geen generale kapittels meer gehouden.
In de 19de eeuw groeiden de resterende Belgische huizen uit tot belangrijke verzorgingsinstituten. In 1876 verhuisde het Antwerpse huis bij plaatsgebrek naar Boechout. In 1909 werd het huis van Mechelen naar Grimbergen overgebracht.
 
In 1875 kwam een nieuwe stichting tot stand in Henri-Chapelle. Belangrijk is ook dat de Duitse broeders van Aken een confrater, broeder Bonaventure Thelen, in 1865 uitstuurden naar de Verenigde Staten van Amerika. Hij zou de stichter worden van een Provincie die zou uitgroeien tot de grootste van de huidige Congregatie. De hoofdzetel van de Congregatie bevindt zich momenteel trouwens in Signal Mountain, Tenessee, U.S.A. Ondertussen werden de huizen in Rijnland herenigd en in 1870 opnieuw onder pauselijke jurisdictie gebracht. De Belgische huizen bleven zeer lang zelfstandig. Slechts in 1975 werden ze opnieuw verenigd en namen ze contact op met de hoofdzetel van de Internationale Congregatie van de Broeders Alexianen te Tenessee.
 
 
DE WERKEN VAN DE ALEXIANEN
 
Veel meer dan in woorden of geschriften is de essentie van de Alexiaanse inspiratie terug te vinden in hun werk. Alexianen zijn geen mannen van het woord, hun daden spreken. De activiteiten van de Alexianen varieerden in de eerste eeuwen van hun bestaan al naargelang de steden waar hun kloosters gevestigd waren. Ook doorheen de tijd is er een evolutie te bespeuren. Inzake de apostolaatskeuze beschikten de huizen immers over een grote autonomie. De drie belangrijkste caritatieve werken waren de verzorging van pestlijders, het begraven van de overledenen en de opvang van geesteszieken.
 
Het verzorgen van de pestlijders
De pestverzorging en het begraven van doden waren vóór 1800 de belangrijkste taken van de Alexianen. Van de 14de tot het einde van de 17de eeuw werden de lage landen door steeds weerkerende pestgolven getroffen. De broeders verzorgden de pestlijders met gevaar voor eigen leven. Zo is het verhaal bekend van een gemeenschap van 22 broeders te Aken, die rond 1650 nog met 2 overbleven nadat de pestgolf was geluwd. Alhoewel de broeders voor dit werk vaak gewaardeerd en beloond werden door de bestuurders en gezagsdragers van de steden, was die waardering toch niet algemeen. Omdat ze in aanraking kwamen met de pest, werden ze vaak zelf een gevaar voor hun omgeving. Sommige burgers gingen zich dan ook tegenover hen vijandig gedragen. Soms werd hen verboden zich gedurende een bepaalde tijd onder de gezonde bevolking te begeven. In de 17de eeuw werden Alexianen in enkele steden (o.a. Antwerpen) als Pestmeester benoemd. Hun taak bestond erin al wie verdacht werd van besmetting te bezoeken, toezicht te houden op de eventuele verzorging en het begraven van de slachtoffers. Dat was een erg verantwoordelijke taak, van groot belang voor het voortbestaan van de stad en haar burgers. Natuurlijk werden pogingen ondernomen om de pest te voorkomen en te behandelen. In een reeks "pestboekjes" werd aandacht geschonken aan de preventie en genezing van de ziekte. Ook de Alexianen hadden hun aandeel in het schrijven van dit soort "handleidingen".
 
Het begraven van doden
De stap van verzorger naar begraven van pestlijders is klein en in de meeste steden verkregen de Cellebroeders het alleenrecht om de doden te begraven. Dat begraven was meestal streng gereglementeerd. Zo moesten, in tijden van de pest, de begrafenissen meestal 's nachts gebeuren. Dit wordt o.a. beschreven door Knippenberg: "De besmettelijke lijken werden 's avonds na 11 uur buiten de stad gebracht en op een kerkhof begraven".De Alexianen deden echter ook hier méér. De gestorvenen werden door hen gewassen en in linnen gewikkeld. Ze hielden een wake bij het lijk en voltrokken de begrafenis, waaraan ze als "klaagbroeder" deelnamen. Zo'n begrafenisstoet moet vrij indrukwekkend geweest zijn: "Zij namen met zes kloosterlingen de kist op hun schouders en hielden een brandende toorts in de vrijgelaten hand".
 
De zorg om geesteszieken
Het verzorgen van geesteszieken, ook karaktergestoorde en moeilijk opvoedbare jongeren, kwam occasioneel voor in de 16de en 17de eeuw, maar werd vooral vanaf de 18de eeuw de voornaamste opdracht van de Broeders Alexianen. Kenmerkend voor de Alexiaanse zorg was de persoonlijke patiënt-broederband in de meeste Belgische huizen. Het gebruik van gezamenlijke maaltijden en recreatie met broeders en patiënten bleef lang bewaard. Patiënten werden commensalen genoemd. De persoonlijke band tussen broeders en patiënten bleek o.a. ook uit het feit dat de broeder vaak zijn commensaal volgde wanneer deze een zeldzame vakantieperiode in de familiekring doorbracht.
 
Andere opdrachten
Naast deze drie essentiële opdrachten, vinden we in de geschiedenis een aantal "nevenopdrachten" terug. Veelal ging het erom dat de Broeders inspeelden op de noden die zij zagen.
 
Enkele voorbeelden:
  • Wanneer er nood was, werden weeshuizen opgericht of opvang voor vondelingen georganiseerd.
  • Alexianen verzorgden waarschijnlijk wat de eerste ziekenvervoerdienst kan worden genoemd. Zij vervoerden de zieken in een draagstoel of met een kar uit hun huis naar het klooster of een ziekenhuis.
  • In het begin van de 20ste eeuw stichtten de broeders van Boechout een sanatorium voor TBC-lijders.
  • Vandaag worden de nieuwe pestlijders, de AIDS-patiënten, opgevangen bij de Broeders Alexianen in de Verenigde Staten.
 
 
DE PATROONHEILIGE SINT-ALEXIUS
 
De legende
Er zijn talrijke versies van de legende van St.-Alexius. Vele daarvan dateren uit de Middeleeuwen en getuigen van het feit dat de middeleeuwse schrijvers van heiligenlevens het absoluut niet zo nauw namen met de historische exactheid van hun verhalen. Hun motieven waren dan ook vooral religieus, hun bedoeling was een boodschap te brengen, voorbeelden voor te houden.
De kern van het verhaal van St.-Alexius is gebaseerd op een vermoedelijk authentiek historisch verslag uit Syrië (+ 450 n.c.). Deze getuigenis bericht over het leven van een rijke jongeman, geboren en opgevoed in Rome, die op de avond van zijn huwelijk zijn bruid en ouders verlaat om op pelgrimstocht te gaan naar het Heilig Land. Hij sterft in Edessa na een leven van vrijwillig kluizenaarschap en armoede.
Aan dit basisverhaal worden in de loop der tijden bijkomende elementen toegevoegd. Zo keert de jongeman, nu Alexius genoemd, uit Edessa terug naar Rome. Als onbekende bedelaar krijgt hij onderdak in het ouderlijk huis en leeft er zeventien jaar onder de trap, blootgesteld aan allerlei vernederingen en pesterijen vanwege de bedienden. Pas na zijn dood wordt zijn ware identiteit bekend.
 
St.-Alexius als patroonheilige
Waarom kozen de cellebroeders St.-Alexius in 1472 als hun patroonheilige? Wat sprak hen aan in dit, toch wel ongewone levensverhaal? Kenmerken die opvallen in het leven van St.-Alexius zijn anonimiteit en een grote onthechting van alle luxe en weelde. Hij lijdt, haast letterlijk, een verborgen leven. Ook de Cellebroeders kiezen voor een leven in anonimiteit, een leven van gebed en liefdadigheid.
Het leven van St.-Alexius, de bedelaar, sprak de eerste Alexianen sterk aan. Ook zij waren immers vrijwillig arm, bedelden om brood voor de armen in Gods naam. Een andere commentator verklaart het zo: net zoals Alexius hadden de cellebroeders gekozen voor een ascetisch bestaan. Ze opteerden voor volkomen onthechting en armoede, los van alle wereldse banden, slechts gebruik makend van de aalmoezen die anderen hen aanboden. Zoals Alexius zijn bezittingen met anderen deelde, bedelden ze niets voor zichzelf. Meer nog, vóór de inrichting van hun vaste verblijven waren ze rondtrekkende bedelaars geweest, een element dat ook in het leven van de heilige Alexius wordt teruggevonden. Alexius vertrok immers vanuit zijn woonplaats als vreemdeling en banneling. Hij ging voor in het besef dat wij allen slechts vreemden zijn op deze wereld, dat het leven een permanente pelgrimstocht is, op weg naar een einddoel dat volkomen buiten onszelf ligt .
 
 
DE ALEXIANEN IN DE WERELD
 
Tijdens de 20ste eeuw evolueerde de ondertussen ééngemaakte congregatie der Broeders Alexianen sterk. De Nederlandse huizen verdwenen na de Franse Revolutie. In België bleven vier huizen bestaan maar werd niet aan expansie naar het buitenland gedaan. Dit deden de Duitse Alexianen wel. Zij stichtten huizen in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Ierland.
 
In 1948 wordt het zwaartepunt van de werking van Duitsland naar de Verenigde Staten verplaatst. Het hoogtepunt hiervan was de overbrenging van het Generalaat naar de U.S.A. Van daaruit werden vestigingen gecreëerd in Mexico, de Filippijnen en Nigeria.
 
De zetel van het Generalaat is gevestigd in Signal Mountain, Tennessee, Verenigde Staten.
De congregatie is opgesplitst in vier Provincies die elk een Provinciale Overste en een Provinciale Raad hebben. De Belgische huizen vormen de St.-Augustinusprovincie. De Duitse instellingen vormen de St.-Alexiusprovincie. Zij zijn vooral actief in de psychiatrische zorgverlening en later ook in enkele algemene ziekenhuizen.
De Onze-Lieve-Vrouw-Onbevlekte Ontvangenisprovincie bestaat uit de Verenigde Staten, de Filippijnen en Mexico. Hier is men vooral actief in de algemene ziekenhuizen en de bejaardenzorg.
De huizen van Groot-Brittannië, Ierland en Nigeria vormen samen de Heilig-Hart-Provincie. Bejaardenzorg, daklozenopvang en missionering zijn hun voornaamste actieterrein. De congregatie straalt ook vandaag dynamiek en engagement uit, hetgeen zich uit in talrijke mooie projecten. 
 
 
DE ALEXIANEN IN BELGIË
 
Talrijk zijn de Vlaamse steden waar men een "Alexianenweg", "Cellebroedersstraat" of "Cellietenstraat" zal aantreffen.
Veurne, Roeselaere, Brugge, Gent, Brussel, Antwerpen, Lier, Mechelen, Tienen, Leuven, Diest, Hasselt en St.-Truiden hebben huizen van de Broeders Alexianen gekend. Daarvan blijven er nog 4 over: Boechout, Tienen, Grimbergen en Henri-Chapelle. Het zijn alle 4 moderne psychiatrische centra waar kwaliteitsvolle behandeling wordt geboden. In 1998 werd het beheer van deze instellingen overgedragen aan de Congregatie der Broeders van Liefde. De Belgische Alexianen waren immers niet talrijk genoeg meer om het veeleisende beheer en bestuur van hun initiatieven voldoende kwaliteitsvol te blijven garanderen. Hun geschiedenis, hun werk, inzet en spiritualiteit blijft echter in het werk dat vandaag geleverd wordt verder leven.
 
 
Goto Top